Nâdî parishka/Nâdi vigyan, traditionele ayurvedische polsdiagnose

vata, pitta, kapha diagnose

vata, pitta, kapha diagnose

De Methodiek van de polsdiagnose staat helder opgetekend in de Shârngadhara Samhitâ. De ayurvedische polsdiagnose is niet te vergelijken met de Chinese polsdiagnose en het is onwaarschijnlijk dat de één van de ander is afgeleid. De Indiase diagnose richt zich op de dosha’s en niet op de organen. In alle gevallen vraagt de diagnose om een dagelijkse toepassing en routine om deze voldoende te kunnen beheersen.

De drie vingers worden gebruikt voor de polsdiagnose:

  • De wijsvinger (lucht element)
  • Middelvinger (vuur element)
  • Ringvinger (water element)

De ringvinger wordt geplaatst op het begin van de slagader. Deze ader, aan de basis van de pols gelegen, getuigd van het leven en de vitaliteit. De wijze therapeut onderzoekt de kwaliteiten en afwijkingen van het lichaam aan de bewegingen van de ader.
De wijsvinger wordt dwars over de pols gelegd net boven de basis van de duim (met een afstand van ongeveer 5 cm).
De middel- en ringvinger rusten ontspannen daarnaast.

  • De wijsvinger neemt de Vata-eigenschappen waar
  • De Pitta wordt geobserveerd door de middelvinger
  • Kapha door de ringvinger.

De observatie wordt drie keer gedaan en met de grootst mogelijke aandacht. Het is net alsof je iets uitermate kostbaars in handen hebt en dit met eerbied behandeld.

Deze diagnose methode vraagt langdurige ervaring en voortdurende routine, pas dan kan er een effectieve diagnose uit voortkomen.

De ideale pols is stevig, rustig en regelmatig gedurende dertig slagen. Als een van de dosha’s uit balans is klopt de ader vaak heftig en agressief.

De vata pols is bewegelijk als een slang, glijdend en kronkelend, snel verschijnend en weer verdwijnend. Wanneer de vata pols verergert wordt deze steeds sneller, onregelmatiger, hard, gespannen, sterk, dik, dun, en kan in één keer verdwijnen onder druk, nerveus en gevoelig tegelijkertijd.

De pitta pols springt op als een kraai, een mus of, kikker. Hij is druk, snel, onregelmatig. Hij springt op en neer met voortdurend gemak. Wanneer de pitta in een verergerde fase geraakt wordt de pols wordt haastig, lenig, overspannen, krachtig, overdreven fijn of juist ruw.

De kapha pols beweegt als een zwaan of duif. Vloeiend, soepel, diep, subtiel verdwijnend en weer opkomend, soms moeilijk waar te nemen in de verborgen kapha pols. Wanneer de kapha teveel toeneemt, wordt de pols trage en onregelmatig, onderbroken, slap, zonder tonus, uitgerekt en glijdend.

Bron: Ayurveda Saukyam, ABC Ayurveda; Sylvie Verbois
Bewerking: Google Authorship for Jules Dorval/3xprim

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: